shopify site analytics
 
 

De inroostering van een studieverlof op basis van een lerarenbeurs

De jaarlijkse formatievergoeding aan de school voor een leerkracht met een lerarenbeurs bedraagt 320 arbeidsuren. Dat betekent dus dat de betreffende leraar bij wtf 1,0 op jaarbasis 320 arbeidsuren kan worden uitgeroosterd voor het studieverlof; dit komt neer op ongeveer 8 uur per week (deeltijders naar rato). Omdat dit verlof het gehele inroosterjaar bestrijkt, kan de inroostering bij deze leerkrachten daarom bij uitzondering worden berekend op basis van een verkleinde werktijdfactor. Het voordeel van de verkleinde wtf is, dat daardoor zowel de juiste arbeidsuren als de juiste maximale lestaak wordt berekend.


inroostering met kleinere werktijdfactor

Deze nieuwe kleinere werktijdfactor bereken je door de oorspronkelijke werktijdfactor volgens de aanstelling te vermenigvuldigen met 0,8071  -->  { (1659 - 320)/1659 }


Voorbeelden:

  • Voltijder: 1,0 x 0,8071 = 0,8071
  • Deeltijder met wtf 0,5:   0,5 x 0,8071 = 0,4035
  • Deeltijder met wtf 0,345: 0,345 x 0,8071 = 0,2784

 


Inroostering

Via het invoerformulier op het Formatieoverzicht wordt de nieuwberekende kleinere wtf van de leerkracht opnieuw ingevuld. De vaste werkdagen worden vervolgens op basis van deze kleinere wtf ingeroosterd. 

 

De inroostering van deze leerkracht verloopt verder op de gebruikelijke wijze. In veel gevallen resulteert dit in een inroostering van minder vaste werkdagen/dagdelen per week, waarbij het eventuele nog berekende teveel of tekort aan ingeroosterde les- en arbeidsuren, bij de tweede inroostering in overleg met de leerkracht resp. kan worden uit- of ingeroosterd.


Het verdient aanbeveling om als geheugensteuntje in het opmerkingenvak van het betreffende teamlidblad de oorspronkelijke wtf te vermelden. Aan de echte aanstelling van deze leerkracht verandert natuurlijk niets; de kleinere werktijdfactor fungeert alleen maar als hulpmiddel voor een juiste inroostering.


Leerkrachten die een verlof duurzame inzetbaarheid opnemen of daarvoor sparen.

De bovenbeschreven berekening en inroostering op basis van een kleinere wtf kan alleen wanneer er geen ander verlof wordt opgenomen, zoals bijvoorbeeld een verlof duurzame inzetbaarheid. De verkleining van de wtf zou dan immers leiden tot een verkeerde berekening van de verlofuren of de te sparen uren. Aangezien de lerarenbeurs in de meeste gevallen door leerkrachten < 57 jaar wordt opgenomen zal dit in de praktijk echter maar weinig voorkomen.


Een afwijkende duur van het studieverlof

Wanneer in uitzonderingsgevallen het studieverlof kleiner is dan 320 uur (deeltijders naar rato) moet de kleinere wtf op een andere manier worden berekend.


Voorbeeld:

Een voltijder krijgt een verlof van 280 uur. Dit verlof wordt afgetrokken van de oorspronkelijke arbeidsduur. In dit voorbeeld dus 1659 - 280 = 1379 uur.


De wtf van deze nieuwe arbeidsduur bereken je door deze te delen door 1659:

1379 / 1659 = 0,8312 (afronden op 4 cijfers achter de komma).


Deze nieuwe wtf vul je in op het invoerformulier van dit teamlid.