inroostering & werkverdeling



Overlegmodel bestaat niet meer

Per 1 augustus 2019 zijn het basis- en overlegmodel vervallen en geldt voor iedereen eenzelfde maximale lestaak van 940 uur bij een volledige aanstelling. Voor deeltijders is de maximale lestaak de wtf  x  940 uur.


In het overlegmodel kon bij meerderheid van stemmen bij iedereen een langere lestaak dan 930 uur worden ingeroosterd. Per 1 augustus kan die langere lestaak niet meer aan iedereen worden opgelegd. Meer dan 940 lesuren inroosteren (deeltijders naar rato) kan nog wel, maar alleen met de individuele instemming van de leerkracht.



Teveel ingeroosterde lesuren worden niet meer gecompenseerd

In het verleden, toen de adv en later het compensatieverlof nog bestonden en de teveel ingeroosterde lesuren in de vorm van geld of vrije dagen werden gecompenseerd, was er bij de meeste leerkrachten weinig animo om met een hogere lestaak akkoord te gaan. Met de invoering van de 40-urige werkweek in 2014 is compensatie in de vorm van vrije dagen meestal niet meer aan de orde, omdat deze van lesuren uitgeroosterde dagen bij voltijders altijd en bij deeltijders in de meeste gevallen binnen de arbeidsduur vallen en dan (op school) moeten worden doorgebracht met andere taken.



Nieuw maximum sluit nog steeds niet aan bij de praktijk

Bij gelijke lestijden in alle groepen is een jaarlijkse lestijd van 940 uur precies voldoende, maar omdat voor calamiteiten een kleine marge zal worden aangehouden, is de netto lestijd in de praktijk minimaal rond de 950 uur en sluit dus ook de verhoogde maximale lestaak van 940 uur daar nog steeds niet bij aan. Voor voltijders betekent dit dat zij bij een netto onderwijstijd van 950 uur ongeveer 10 lesuren moeten worden uitgeroosterd van lesuren. Bij deeltijders is dit afhankelijk van de aanstelling en de vaste werkdagen. 



Menigeen zal er de voorkeur aan geven in de eigen klas te blijven

De vakorganisaties zouden om de werkdruk te verlichten de maximale lestijd graag juist láger dan 930 uur willen vaststellen. De afgesproken 940 uur zal dan ook wel het resultaat van een compromis zijn tussen de bonden en de PO-raad met als inzet de afschaffing van het overlegmodel. Dat een verlaging van de lestaak in het voortgezet onderwijs tot minder werkdruk leidt is voorstelbaar, maar de vraag is of dat ook voor het basisonderwijs geldt.


Van lesuren worden uitgeroosterd houdt namelijk ook in dat iemand anders de klas voor een paar dagen moet overnemen. Dat levert extra werk op in de vorm van voorbereiding en overdracht en soms, als die vervanging niet helemaal naar wens verloopt, ook nog eens irritatie en stress. Wanneer die dag dan toch op school moet worden doorgebracht met andere taken, zal menigeen er wellicht de voorkeur aan geven die paar uurtjes boven het maximum zelf maar in de eigen groep in te vullen.


Het valt dan ook te overwegen om te onderzoeken of met het team kan worden afgesproken dat het verschil tussen de netto onderwijstijd van de school en de maximale lestaak van 940 uur niet wordt uitgeroosterd. In het overlegmodel kon dat bij meerderheid van stemmen worden geregeld, maar vanaf 1 augustus 2019 moet elke leerkracht daar individueel mee akkoord gaan.



Gelijke of ongelijke lestijden

Bij ongelijke lestijden in twee of meer bouwen ligt het verhogen van de lestaak lastiger dan bij gelijke lestijden in alle groepen. In het eerste geval zullen de voltijders in de onderbouw lesuren overhouden en die in de bovenbouw ver boven de maximale lestaak van 940 uur uitkomen. Het handhaven van die grotere lestaak voor de voltijders in de bovenbouw leidt dan tot een moeilijk te verdedigen verschil in inroostering.


Bij gelijke lestijden in alle groepen is dit verschil afwezig en zal de benodigde verhoging van de lestaak bovendien veel geringer zijn, omdat een netto lestijd van 950 uur in alle groepen dan volstaat (940 uur + 10 uur marge voor calamiteiten). Uiteraard heeft bovenstaande naar rato van de aanstelling ook betrekking op de lesureninroostering bij deeltijders.



Verdeel de losse lesvrije dagen evenwichtig over de week

Om te voorkomen dat er een groot verschil aan ingeroosterde lesuren ontstaat tussen de deeltijders die aan het begin van de week lesgeven en de deeltijders die aan het eind van de week lesgeven, is het belangrijk de losse lesvrije dagen zo evenwichtig mogelijk over de 1e en 2e helft van de week te verdelen. Aan de losse feestdagen valt uiteraard niets te veranderen, maar bij de planning van de studiedagen of andere lesvrije dagen kan een eventueel verschil gecorrigeerd worden. Door een virtuele inroostering van een leerkracht die op maandag t/m woensdag lesgeeft en een leerkracht die op woensdag t/m vrijdag lesgeeft (met allebei een gelijke wtf van bijv. 0,5 of 0,6), is onmiddellijk te zien of het aantal meer of minder (dan de maximale lestaak) ingeroosterde lesuren tussen hen verschilt en hoe dit eventueel zo veel mogelijk gecorrigeerd kan worden door zo'n lesvrije dag van de ene weekhelft naar de andere te verzetten.


Tip

  • Wil je (in rubriek C op de Lesurenberekening) een studiedag of andere lesvrije dag inplannen en weet je wél of deze in de eerste of tweede weekhelft moet vallen, maar nog niet de precieze datum, vul dan een voorlopige willekeurige datum in die in de beoogde weekhelft valt.

 

Verhoging van de maximale lestaak in rubriek F

Bij een afgesproken hoger maximum aan ingeroosterde lesuren, kan de maximum lestaak in rubriek F op de Lesurenberekening op 940 uur worden gelaten. In rubriek I op het teamlidblad kan een voltijder dan zien hoeveel lesuren meer of minder zijn ingeroosterd dan dit maximum. Bij deeltijders is in rubriek I dan weliswaar ook te zien hoeveel lesuren meer of minder zijn ingeroosterd dan hun maximale lestaak, maar niet hoe zich dat dan verhoudt tot het meer of minder ingeroosterde aantal lesuren bij voltijders.


Door nu op de Lesurenberekening i.p.v. 940 de netto onderwijstijd van de school in het betreffende schooljaar als maximale lestaak in te vullen, zal een voltijder normaal gesproken op 0 uren verschil tussen de ingeroosterde lestijd en de maximale lestaak uitkomen, en is bij deeltijders in rubriek K te zien in hoeverre hun lesureninroostering verhoudingsgewijs afwijkt van die van de voltijder. Wanneer dus bijvoorbeeld de maximale lestaak op 950 is gezet en een deeltijder blijkt na inroostering op de vaste werkdagen toch nog 5 lesuren daarboven te zijn ingeroosterd, dan is de ingeroosterde lestaak van die deeltijder dus naar verhouding 5 uren groter dan die van een voltijder. Of deze 5 lesuren dan wel of niet extra worden uitgeroosterd, is verder een kwestie van overleg met de leerkracht.





Op de Lesurenberekening worden de basisgegevens als de afgesproken maximale lestijd en de opslagfactor ingevuld. In dit voorbeeld is de maximale lestaak volgens de CAO-PO van 940 uur aangehouden.




Méér of minder ingeroosterde lesuren worden vanzelf verrekend met de overige taken

De verhoging van de lestaak voor iedereen en de eventuele afwijking daarvan naar boven of naar beneden bij voltijders en deeltijders, wordt in de planner altijd automatisch verrekend met de uren voor de Overige schooltaken: wie (naar rato van de aanstelling) méér lesuren is ingeroosterd dan het (afgesproken) maximum krijgt uiteraard ook iets meer uren voor het voor- en nawerk, zodat daardoor voor de overige schooltaken iets minder uren overblijven en omgekeerd. 


Het is dus niet altijd nodig om meer of minder ingeroosterde lesuren extra uit of in te roosteren, want een verschil met de maximale lestaak wordt in de berekening altijd gecompenseerd via de uren voor de Overige taken. Lees hier hoe je kunt omgaan met meer of minder ingeroosterde les- en arbeidsuren.



De taakberekening wanneer niet alle leerkrachten akkoord gaan met een grotere lestaak

Wanneer niet alle leerkrachten met een vergroting van de lestaak akkoord gaan, kun je deze op het eerste werkblad in F (settings) beter gewoon op 940 laten staan. Bij de voltijders is dan op het teamlidblad in rubriek I te zien voor hoeveel procent hun lestaak ten opzichte van de maximale lestaak van 940 uur is ingeroosterd; in onderstaand voorbeeld dus 954 uur oftewel 101,5%. Bij de deeltijders die wél akkoord zijn gegaan, wordt dan als bovengrens van de inroostering van de lesuren dit percentage aangehouden, terwijl dit bij de leerkrachten die niet akkoord zijn gegaan op (ongeveer) 100% kan worden gehouden.




Wanneer de voltijders en deeltijders die wél akkoord zijn gegaan allen rond hetzelfde percentage zijn ingeroosterd, kunnen de eronder in het rood vermelde méér ingeroosterde lesuren verder genegeerd worden. Bedenk hierbij dat de méér ingeroosterde lesuren (plus de bijbehorende volgens de opslagfactor berekende uren voor het voor- en nawerk) in de taakberekening altijd vanzelf gecompenseerd worden door een vermindering van de uren voor de overige taken. Dus méér ingeroosterde lesuren betekent niet méér werken, want zoals je op onderstaande voorbeelden ziet, blijft het totaal van de arbeidsduur van de jaartaak ongeacht het aantal ingeroosterde lesuren altijd onveranderd!









De voltijder links is precies 940 lesuren ingeroosterd (+ 376 uur voor het voor- en nawerk) en heeft voor de overige taken nog 220 uur over. De voltijder rechts is 954 lesuren (+ 382 uur voor het voor- en nawerk) ingeroosterd en heeft voor de overige taken dan nog 200 uur beschikbaar. Het totaal van de arbeidsuren van de jaartaak blijft, ongeacht het aantal ingeroosterde lesuren, altijd 1659 uur!



 
 
 
E-mailen
Bellen