shopify site analytics
 
 




nieuwe berekeningswijze na 2014

Bij de voormalige BAPO-regeling gold een vaste verhouding tussen de arbeidsuren van het verlof en het lesgebonden deel daarvan: n.l. 340/208 (170/104). Sinds de CAO-PO 2014/2015 is dat niet meer het geval.

 

In Art 8A.7 lid 6 (CAO-PO 2018) staat hierover het volgende:

'Indien de werknemer kiest voor de inzet van de uren genoemd in het tweede lid en eventueel vierde lid voor verlof, kan de werknemer deze uren inzetten op een herkenbare wijze in dagdelen, met dien verstande dat voor de categorie OP en OOP met lesgebonden en/of behandeltaken de urenverdeling wordt gebaseerd op de verhouding lesuren, voor- en nawerk, lesgebonden en/of behandeltaken en overige taken. Deze bepaling is niet van toepassing indien op de school wordt gewerkt met het overlegmodel.'

 

 


Op een wat omslachtige manier staat hier dat het budget Professionalisering buiten het verlof valt. Het aantal uren Professionalisering binnen een jaartaak blijft dus ná de verlofopname even groot als vóór de opname.

De verlofuren moeten volgens het artikel verdeeld worden over de taakonderdelen: les- of behandeltaakgebonden uren, uren voor het voor- en nawerk (opslagfactor) en de overige taken, en wel in hun onderlinge verhouding.

Omdat de uren voor de Professionalisering niet tot het verlof behoren worden de verhoudingsgetallen van de nieuwe verdeelsleutel 930/1576 (1659-83=1576)


een rekenvoorbeeld van een volledige verlofopname in overgangsregeling 2 bij een wtf 1,0:

  • Verlof duurzame inzetbaarheid bij wtf 1,0: 340 arbeidsuren
  • Berekening lesgebonden deel: 930/1576 x 340 = 200,6 uren
  • De nieuwe maximale lestaak na verlofopname wordt in dit voorbeeld dus afgerond 930*) - 200,6 = 729 uur. 


(Een andere en snellere berekeningswijze die tot hetzelfde resultaat leidt, is om de nieuwe arbeidsduur te verminderen met de uren van de professionalisering, en de rest te vermenigvuldigen met 930/1576. In dit voorbeeld dus: 1319 - 83 = 1236 --> 1236 x 930*)/1576 = 729)


*) Per 1-8-2019 is de maximale lestaak voor iedereen 940 uur waardoor het lesgebonden deel van 101 naar 103 uur gaat. Wanneer bij een collectief afgesproken hoger maximum dit hogere maximum is ingevuld in rubriek F van het eerste werkblad (Lesurenberekening), wordt bij de berekening automatisch van dit hogere maximum uitgegaan.


De berekening van de nieuwe jaartaak gaat dan als volgt verder:

  • de opslagfactor wordt toegepast op de nieuwe lestaak;
  • de nieuwe arbeidsduur wordt daarna verminderd met de som van de lestaak, het voor- en nawerk en de (ongewijzigde) professionalisering. Het resterend aantal uren is bestemd voor de overige taken.

 

 

 

Uiteraard wordt dit in de planner allemaal vanzelf berekend.