shopify site analytics
   
 

Hoe rooster je de arbeidsuren in en hoe ga je om met de resterende arbeidsuren? De restfactor

Bij de inroostering richt men zich vaak vooral op de lesuren en niet, of in mindere mate op de arbeidsuren. Dat is niet helemaal onbegrijpelijk, omdat de eerste zorg is alle groepen van een leerkracht te voorzien en de formatie 'rond' te krijgen. Daarnaast wordt de inroostering van de arbeidsuren vaak nogal abstract gevonden.

Natuurlijk is het zo dat de berekende uren voor de diverse jaartaakonderdelen, op de berekende lestaak na, weinig concreet zijn. Van geen enkel teamlid is vast te stellen hoeveel uur in werkelijkheid aan de taakonderdelen professionalisering, duurzame inzetbaarheid, voor- en nawerk en de overige taken besteed wordt. Maar dat is helemaal niet erg en pretendeert de berekening ook niet. De bedoeling van de urentoedeling aan elk taakonderdeel is om te kunnen inschatten of de geplande activiteiten qua tijdsduur wel passen binnen de berekende uren voor elk onderdeel.

Ingeroosterde arbeidsuren zijn niet abstract
Maar de inroostering van het totaal van alle uren van deze onderdelen, de jaarlijkse arbeidsduur dus, is in het geheel niet abstract, want van elke 8 á 8,5 ingeroosterde arbeidsuren (lesgebonden of ambulant) worden er minstens 6 á 7 uur op school doorgebracht *). 
*) Met ingang van de nieuwe CAO-PO bepaalt het team zelf de plaats- en tijdgebonden uren die men op een werkdag op school aanwezig dient te zijn.

Wie naast de inroostering van de lesuren ook de inroostering van de arbeidsuren serieus neemt, loopt overigens wel tegen een probleem aan. Ik kom daar verderop op terug.

De verdeling van de arbeidsuren over de week
Met ingang van de CAO-PO 2018 is het niet meer nodig deeltijders wekelijks precies even lang als hun aanstelling in te roosteren, want de aanstelling per week is 'geen factor meer bij de werkverdeling' - CAO-PO 2018. Het inroosteren van onderling verschillende arbeidsuren bij dezelfde werkdagen van deeltijders en verlofopnemers duurzame inzetbaarheid, is daarmee verleden tijd; elk teamlid OP (en OOP met lesgevende of  behandeltaken) wordt voortaan (vanaf versie 4) automatisch ingeroosterd volgens de afgesproken standaardverdeling van de 40-urige werkweek; dat is transparanter en eerlijker.

Die standaardverdeling kan binnen het bestuur of de school zelf worden afgesproken, maar zal in de meeste gevallen bij 5 gelijke lesdagen 5 x 8:00 uur zijn, en bij een kortere lesdag op woensdag, 4 x 8:30 + 1 x 6:00 uur. Een verdeling van 5 x 8:00 uur bij een kortere lestijd op woensdag is formatief gezien niet zo slim, want de beschikbare lesuren zijn afhankelijk van de aanstelling; er zijn dan teveel lesuren voor de woensdag beschikbaar en te weinig voor de overige dagen. Dat maakt bij een voltijder natuurlijk niet uit, maar bij een deeltijder wél.

De gekozen standaardverdeling vul je in het schema onderaan het eerste werkblad Lesurenberekening in waarna alle arbeidsduurberekeningen op de teamlidbladen OP dan volgens dit schema worden berekend.

Deeltijders met een 'oude' aanstelling
Deeltijders met een 'oude' aanstelling (vóór 2014) kunnen bij gelijke dagelijkse arbeidsuren voor iedereen, wekelijks iets korter of langer zijn ingeroosterd dan hun aanstelling. Als zij wekelijks kórter zijn ingeroosterd dan hun aanstelling, zullen er doorgaans nog een aantal dagen buiten de vaste werkdagen om extra kunnen worden ingeroosterd. Wanneer zij wekelijks lánger zijn ingeroosterd dan hun aanstelling, bestaat de kans dat zij ook langer dan hun jaarlijkse arbeidsduur zijn ingeroosterd. Zij zullen dan één of meer dagen moeten worden vrijgeroosterd, en omdat het in dit geval niet over uitgeroosterde lesuren maar arbeidsuren gaat, zijn die uitgeroosterde dagen in dit geval dan ook echt vríje dagen! (Wanneer dit laatste problematisch is, kan men ook voorstellen de teveel ingeroosterde arbeidsuren te compenseren met een vermindering van het aantal uren voor de overige taken, zoals men te weinig ingeroosterde arbeidsuren kan compenseren met méér uren voor de overige taken)

Voltijders kunnen niet volledig worden ingeroosterd
Om 1659 uur te werken zijn 41,5 weken van 40 uur nodig. Een schooljaar duurt echter gemiddeld maar rond de 39 á 40 weken, dus voltijders worden tijdens de schoolweken zo'n 1 á 2 weken minder ingeroosterd dan hun eigenlijke arbeidsduur van 1659 uur. Vergeleken met deeltijders en verlofopnemers, van wie de arbeidsduur wél volledig kan worden ingeroosterd, zijn voltijders dus jaarlijks ongeveer 1 á 2 werkweken minder ingeroosterd.

Dit probleem werd met de invoering van de 40-urige werkweek in 2014 'opgelost' door iedereen in de vakanties zo'n twee werkweken door te laten werken, waarmee ook de werkdruk verlicht zou worden. Dit briljante idee vond echter weinig navolging en is inmiddels een stille dood gestorven, al zullen er op de meeste scholen (net als vóór 2014) doorgaans wel een aantal dagen worden afgesproken dat iedereen in de zomervakantie op school aanwezig is ter voorbereiding van het nieuwe schooljaar.

Deeltijders worden meer arbeidsuren ingeroosterd dan voltijders
Blijft dus het 'probleem' van de voltijders. Nu is de 1659 uur van de arbeidsduur van een voltijder natuurlijk ook maar een getal op papier, dus als dat met de inroostering niet wordt volgemaakt, kan men dat voor kennisgeving aannemen, want niet alle arbeidsuren zijn immers plaats- en tijdgebonden.

Het probleem ligt echter niet zozeer bij de voltijders, maar bij de deeltijders (waaronder ook de opnemers van een verlof duurzame inzetbaarheid): zij kunnen tijdens de lesweken van het schooljaar namelijk wél hun hele arbeidsduur worden ingeroosterd! In de werkweken van de deeltijder gerekend, wordt elke deeltijder dus elk jaar zo'n een á twee weken méér ingeroosterd dan een voltijder.

Ook voltijders kunnen nadeel ondervinden van hun kortere inroostering
Op het moment dat een voltijder 170 uur verlof duurzame inzetbaarheid opneemt, wordt zijn arbeidsduur 1659 - 170 = 1489 uur, en omdat deze 1489 uur dan wél binnen de schoolweken gewerkt kan worden, is die nieuwe arbeidsduur in werkelijkheid geen 170, maar slechts 90 uur minder dan de ongeveer 1579 die hij of zij (in werkelijkheid) daarvóór was ingeroosterd. Van het deels betaalde verlof van 170 uur, blijven dus in de concrete werkelijkheid nog slechts zo'n 90 op te nemen verlofuren over en verdampen er ongeveer 80.

Het resultaat daarvan is, dat er met de verlofopname weliswaar 101 lesuren moeten worden uitgeroosterd, maar slechts 90 arbeidsuren. Van het verlof blijven dus hooguit 10 á 11 verlofdagen over die als echte vrije dagen kunnen worden opgenomen en moeten de ongeveer 50 resterende lesuren worden uitgeroosterd op zo'n 10 ambulante werkdagen. Tel uit je winst!

De restfactor
Het is dus zowel voor voltijders als deeltijders van belang dat dit inroosterprobleem wordt opgelost. Gelukkig is dit probleem heel eenvoudig en elegant te verhelpen met de restfactor. In de planner Taakberekening-PO zorgt de restfactor ervoor dat elk teamlid een jaarlijkse in te roosteren arbeidsduur krijgt toebedeeld die naar verhouding even groot is als de in werkelijkheid ingeroosterde arbeidsduur van de voltijder.

De restfactor is het aantal werkweken dat een voltijder minder is ingeroosterd dan 1659 uur. Als bijvoorbeeld een voltijder na volledige inroostering, 80 arbeidsuren minder is ingeroosterd dan 1659 uur, is de restfactor dus 2,00 ( 80/40). Een deeltijder met een aanstelling van 20 uur krijgt dan een 'korting' op zijn in te roosteren arbeidsduur van 40 uur (2 x 20). En omdat de restfactor van de voltijder het ijkpunt vormt, noemen we de restfactor van een voltijder de normrestfactor.

Deze normfactor vul je in op het eerste werkblad in rubriek F. De in te roosteren arbeidsduur van alle teamleden OP wordt dan berekend met inachtneming van de normrestfactor. Om de normrestfactor te vinden, moet je dus na invulling van de Lesurenberekening eerst een voltijder volledig inroosteren, inclusief de eventuele door te werken dagen in de zomervakantie. Wanneer er geen voltijder is, maak je op regel 50 een fictieve voltijder aan.

Deze deeltijder heeft een jaarlijkse arbeidsduur van 830 uur. Na aftrek van de uren volgens de normrestfactor wordt de in te roosteren arbeidsduur 808 uur. Deze deeltijder is in dit voorbeeld 796 uur ingeroosterd en kan dus nog 12 arbeidsuren extra worden ingeroosterd. Wanneer deze zijn ingeroosterd, wordt de ernaast vermelde restfactor 0.

De toepassing van de normrestfactor heeft geen gevolgen voor de jaartaak
Het gebruik van de 'korting' volgens de (norm) restfactor heeft alleen gevolgen voor de in te roosteren arbeidsduur, en niet voor de berekening van de uren van de 5 jaartaakonderdelen. Het totaal van de jaartaak, dus van de onderdelen, lestaak, voor- en nawerk, professionalisering, duurzame inzetbaarheid en overige taken, blijft bij iedereen ongewijzigd volgens de aanstelling. De jaartaak van de voltijder blijft dus 1659 uur en ook bij deeltijders blijft deze volgens de aanstelling. Dat een iets kleiner aantal van de arbeidsuren wordt ingeroosterd, is natuurlijk geen enkel probleem, want niet álle activiteiten binnen de jaartaak zijn immers plaats- en tijdgebonden.

Voorbeelden in planner
In principe komen alle voltijders op dezelfde school en in hetzelfde jaar op dezelfde normrestfactor uit. Hoe groot de normrestfactor is, hangt af van het aantal ingeroosterde lesweken en kan dus elk jaar enigszins van elkaar verschillen. Om de normrestfactor vast te kunnen stellen is het dus nodig eerst een voltijder volledig in te roosteren. Wanneer er geen voltijders zijn, maak je op regel 50 een fictieve voltijder aan en rooster je die volledig in, dus ook met de eventuele afgesproken in de vakantie door te werken dagen voor iedereen. De gevonden normrestfactor vul je in op het eerste werkblad (rubriek F). Alle teamleden OP krijgen nu een jaarlijkse arbeidsduur toebedeeld die naar verhouding even groot is als die van een voltijder. Op de school in de planner met voorbeelden (zie pagina Downloads) zijn de voltijders 43 uur korter ingeroosterd dan 1659 uur; de normrestfactor is dan 1,08. In de voorbeelden kun je zien hoe dit bij de verschillende aanstellingen uitwerkt. Door op het eerste werkblad (Lesurenberekening, rubriek F) de normrestfactor op 0 te zetten, zie je het verschil in inroostering.

Gebruik restfactor naar keuze
Taakberekening-PO is de enige planner die deze eerlijke berekening van de in te roosteren arbeidsuren mogelijk maakt. Of de normrestfactor in de planner wel of niet  wordt toegepast, bepaalt elke school overigens zelf; het kan zijn dat deeltijders bijvoorbeeld al op een andere manier gecompenseerd worden voor hun relatief langere arbeidsduur. Wie de restfactor dus niet wil gebruiken, laat deze op de Lesurenberekening op 0 staan. De restfactor van elk teamlid blijft dan wel zichtbaar, maar de automatische verkorting van de arbeidsduur vindt dan niet plaats (zie voorbeeld hierboven). Aan de restfactor blijft dan te zien hoeveel weken (in werkweken van het teamlid gerekend) minder of meer dan de arbeidsduur volgens de aanstelling zijn ingeroosterd.


De beschikbaarheidsregeling art. 2.11 lid 1 CAO-PO 2016/2017 is vervallen in de CAO-PO 2018/2019